Image is not availableNTVW nr. 1 - 2017
previous arrow
next arrow
Slider
Geen komend evenement!

Verschenen casuïstieken Kasia Huisman 2014-2015-2016

Nationaal multidisciplinair congres voor wondprofessionals 2019

NCW postzegel

banner voor nieuwsbrief

Laatst geplaatste artikelen

Zoeken NTVW database

Aanvragen

Uw winkelwagen is leeg

NTVW Database rubrieken

Meest recente publicatie

Producent: Casuïstiek

WONDBEELD:
TIME: gangreen bij diabetische voet (Graad V volgens Wagner classificatie)

Tissue/weefselmanagement:
- Gangreen bij diabetische linker hiel, mediaal en lateraal met paarse verkleuring
- Achillespees en hielbot zichtbaar


Meer...

‘Wij zijn puristen en zo hoort het ook’

Rubriek: Interview/omslagverhalen Toon rubrieken
Aantal maal bekeken: 166

Nut en noodzaak van gedegen wetenschappelijk onderzoek staan dan ook niet ter discussie.   Waarom is er dan in de laatste twee edities van het NTVW ineens zo veel te doen over al dan niet verantwoord onderzoek? En wat is dat eigenlijk, verantwoord onderzoek? En wat kunnen wondbehandelaars in de dagelijkse praktijk daar dan mee? Kunnen andere vormen van bewijs ook als basis dienen voor een goede behandeling van wonden? Deze vragen zijn zeker niet nieuw. De directe aanleiding voor het weer oplaaien van de discussie over wat nou het beste bewijs voor de effectiviteit van producten en behandelmethoden is, is een artikel dat recentelijk is verschenen in het Ge-BU, het Geneesmiddelen Bulletin. Het Ge-Bu wil het rationeel gebruik van geneesmiddelen en, sinds 2015, ook van medische hulpmiddelen bevorderen. In het betreffende artikel in Ge-Bu 11-12 (2018), beschrijft apotheker en redacteur Sanne van der Heijden haar onderzoek naar de werkzaamheid van schuimverbanden. 

Gouden standaard
Het artikel heeft de titel “Foamverbanden bij chronische complexe wonden. Is de toepassing evidence-based?” meegekregen. De vraagstelling in de titel maakt direct duidelijk dat het onderzoek inderdaad vanuit het perspectief van meta-analyses (MA) en gerandomiseerd gecontroleerd klinisch onderzoek (Randomised Controlled Trial, RCT) is gedaan. Deze MARCT-benadering is consequent en logisch gezien de doelstelling van het Ge-Bu. En vanuit dat perspectief is het ook logisch dat de onderzoekster tot de conclusie komt dat er geen uitspraak kan worden gedaan over de werkzaamheid van foamverbanden en dat er geen enkel bewijs is dat dit moderne verbandmiddel beter zou werken dan een traditioneel niet-verklevend verband. De vraag is of uit onderzoek vanuit dit beperkte perspectief dergelijke algemeen geldende conclusies kunnen worden getrokken. Er zijn immers wel degelijk andere vormen van bewijs over de werkzaamheden van producten en methoden beschikbaar.  

Redenen genoeg om met Ge-Bu hoofdredacteur en huisarts Hein Janssens en Sanne van der Heijden te praten over het betreffende onderzoek en de uitgangspunten van het Ge-BU en wat wondbehandelaars met de uitkomsten van een dergelijk onderzoek in hun dagelijkse werk kunnen.

----------------------------------------------------
Het Ge-Bu is geen discussieplatform
----------------------------------------------------

Hein Janssens maakt direct duidelijk dat onafhankelijkheid en de gouden standaard van de MARCT-benadering de basis vormen van de artikelen die in het Ge-Bu verschijnen. Hein Janssens: ‘Wij zijn compleet onafhankelijk, behalve dan natuurlijk van de subsidie van VWS, onze enige financier. En inderdaad, de meetlat die wij hanteren bij onze artikelen over de effectiviteit van medicijnen of medische hulpmiddelen is de MARCT-benadering. In onze statuten staat immers dat ons doel is: het bevorderen van het rationeel therapeutisch gebruik van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. Rationeel therapeutisch gebruik is in dit verband gebruik dat gebaseerd is op de principes van Evidence Based Medicine. Om het maar even in goed Nederlands te zeggen: an approach to medical practice intended to optimize decision-making by emphasizing the use of evidence from well-designed and well-conducted research. Daar gaan we voor en wij realiseren ons daarbij heel goed dat anderen er andere opvattingen op na kunnen houden bij het beoordelen van producten. Het Ge-Bu is echter geen discussieplatform. Wij zijn transparant in wat we doen en we zijn helder in onze uitgangspunten. Daar verwijzen we steeds naar.’

------------------------------------------------------------------------------------------
Medische hulpmiddelen kunnen  “zo maar“ op de markt komen
------------------------------------------------------------------------------------------


Te veel producten?
Het Ge-Bu richtte zich in de eerste vijftig jaar van haar bestaan puur en alleen op geneesmiddelen. Sinds 2015 wordt er op verzoek van VWS ook naar medische hulpmiddelen gekeken. Is het MARCT-model dat het Ge-Bu gebruikt voor het onderzoek naar de effectiviteit van medicijnen een-op-een te vertalen naar de wereld van de medische hulpmiddelen? Hein Janssens: ‘VWS gelooft daar kennelijk in. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat de medische hulpmiddelen “zo maar“ op de markt kunnen komen. Ja, er is een CE-keurmerk vereist, maar dat zegt niets over de werkzaamheid van het product of over de juistheid van de claims van de fabrikant. Wij vinden dat daar iets aan moet gebeuren.’ Sanne van der Heijden voegt hieraan toe: ‘Juist omdat het zo makkelijk is om een product op de markt te brengen, zijn er volgens ons ook veel te veel producten beschikbaar. Het een heeft met het ander te maken. Wij dagen de industrie dan ook uit om veel meer wetenschappelijk verantwoord onderzoek naar de werkzaamheid van hun producten te verrichten. Wij zijn ervan overtuigd dat, als de overheid strengere eisen zou stellen aan deze producten, dat de bedrijven dan ook echt veel meer die weg op zouden gaan.’    

Grote verbazing
Hein Janssens is ook met betrekking tot de wondzorg heel stellig over de producten. ‘Er zijn veel te veel verbanden op de markt verkrijgbaar en dat terwijl onze onderzoeken naar antiseptische verbanden twee jaar geleden en nu weer naar de foamverbanden geen enkele evidence laten zien voor wat betreft werkzaamheid. Wij zeggen niet dat die producten niet werken, wij zeggen alleen dat het niet is aangetoond. En dat daarmee dus ook niet is aangetoond dat deze producten beter zouden werken dan niet-verklevende traditionele gaasjes. Ik wil daar op persoonlijke titel nog wel iets aan toevoegen. Zeker bij de wonden die in de eerste lijn worden behandeld, zijn gaasjes prima te gebruiken. Ik heb dertig jaar als huisarts gewerkt en mijn ervaring is dat het bij een ulcus cruris er echt niet toe doet wat je erop smeert of welk verband je gebruikt. Ik krijg iedere ulcus cruris dicht met ambulante compressie.’     

----------------------------------------------------------------------------------------------------------
We kunnen niet bouwen op de individuele mening van mensen, van experts
----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Sandra van der Heijden ziet na deze opmerking de grote verbazing op de gezichten van de twee NTVW-journalisten. En zij voegt hieraan toe: ‘Jullie zijn het hier duidelijk niet mee eens. Maar dit is eigenlijk precies waar het om draait. Bij het Ge-Bu vinden we dat we niet kunnen bouwen op de individuele mening van mensen, van experts. Wij vinden dat de mening van experts niet als bewijs kan dienen voor de werkzaamheid van een product en wij vinden dat daar extern valide bewijs voor nodig is.’ 

Puristen en pragmatici
Nog even terug naar het onderzoek over de foamverbanden. Sandra van der Heijden onderstreept nogmaals dat de conclusie niet is dat foamverbanden niet werken, maar dat niet is aangetoond dat ze wel werken. En dat het daarom best zo kan zijn dat niet-verklevende traditionele gaasjes net zo goed werken. Het is consistent en transparant, deze conclusie is vanuit MARCT-perspectief begrijpelijk. Dit is de manier van redeneren van het GE-Bu, dit is waarop het Bulletin is gebaseerd en deze methode wordt door VWS ondersteund en gesubsidieerd.

De vraag is en blijft natuurlijk wel wat wondbehandelaars, die dag in dag uit met complexe wonden worden geconfronteerd, precies aan dit soort onderzoeken hebben. Er is een groot verschil tussen wetenschap en de dagelijkse praktijk. En als onder wetenschappelijk bewijs alleen het topje van de piramide wordt verstaan -lees de MARCT methode- en andere vormen van bewijs niet mee worden genomen, dan is de waarde ook maar zeer relatief. De vraag is dan ook of de algemene conclusies die uit dergelijke onderzoeken worden getrokken wel gerechtvaardigd zijn. Om er maar eens wat beeldspraak in te gooien: vindt het Ge-Bu zich met de manier van onderzoek niet terug in een ivoren toren, terwijl de wondbehandeling van alledag op de grote parkeerplaats ver weg van diezelfde ivoren toren plaatsvindt? Hein Janssens: ‘Wij zijn puristen en dat hoort ook zo. Dat zit in onze missie besloten. Ik begrijp dat pragmatici, de wondbehandelaars die iedere dag met complexe wonden te maken hebben, andere opvattingen kunnen hebben.  Maar ook zij hebben behoefte aan de objectieve informatie die wij ze kunnen geven. En ik denk dat de wens naar meer wetenschappelijk onderbouwde informatie over wondbehandeling wel door iedere professional wordt gedeeld.’

De laatste conclusie is zeker terecht. De vraag blijft echter wel of deze volgens de MARCT-benadering verkregen informatie als de enige bron voor een algemene beoordeling van producten voor wondbehandeling mag gelden. Een dergelijke benadering gaat voorbij aan andere vormen van bewijs en het gaat voorbij aan de dagelijkse realiteit van het werken op het parkeerterrein.               

Neem contact op over dit publicatie
AddThis Social Bookmark Button