Geen komend evenement!

banner voor nieuwsbrief

Nationaal multidisciplinair congres voor wondprofessionals 2018

AANMELDEN

Indien u direct wilt gaan naar het
invulformulier klik dan HIER

 

Laatst geplaatste artikelen

Rapport NZa ‘innovatie van complexe wondzorg’, een onderzoek naar potentiële besparingen en prestatieomschrijvingen

Door: Ton Lassing, voorzitter NOVW

Huub Brul, directeur van Mitralis Expertise Centrum Wondzorg Heerlen,  geeft al jaren aan zijn centrum een belangrijke stap om te komen tot  meer kwaliteit en  transparantie binnen de wondzorg.

innovatieve-aanpakNu, 1 juli 2014,  verschijnt het rapport  “Innovatie van complexe wondzorg” waarin Mitralis samen met het Kenniscentrum Wondbehandeling in Venray laat zien wat de resultaten zijn van een  “nieuwe zorgverlening”’ complexe wondzorg. Het rapport geeft aan dat door  een innovatieve aanpak van complexe wonden  de wonden vaker en sneller zullen sluiten. De opzet van dit alles is een nieuwe beleidsmaatregel die moet zorgen voor een betere financieringsstroom 1e lijns wondzorg.    

Inzicht
VWS en NZa willen meer inzicht krijgen wat de gevolgen zijn van een invoering van reguliere prestaties complexe wondzorg en wat dat betekent voor de verschillende Budgettaire Kaders Zorg (BKZ). Het veranderen van de kaders (betekent beheersbaar houden van uitgaven binnen de gestelde kaders) is dan verstandig zodat kan worden voorkomen dat met de invoering extra kosten die in de extramurale wondzorg ontstaan, de besparingen van wondzorg elders niet wordt aantast. Daarbij is de Minister van VWS van plan om per 1 januari 2015 de extramurale verpleging en persoonlijke verzorging over te hevelen van de AWBZ naar de Zvw. De verpleging en verzorging wijkverpleging komen dan te vervallen.

Niet eenvoudig
Het rapport laat zien dat het vaststellen van besparingen niet zo eenvoudig is, omdat er te weinig specifieke registratie- en declaratiegegevens zijn. De kosten zijn verdeeld over allerlei disciplines en ze zitten vaak in de totale kosten van behandeling.
In eerste instantie is in het onderzoek onderscheid gemaakt tussen een ‘reguliere groep’ en een ‘innovatieve groep’. De reguliere groep is vastgesteld op basis van het gebruik van verstrekkingen verbandmiddelen en deze groep is vergeleken met de zorguitgaven voor patiënten van een innovatieve zorgaanbieder. Deze methode heeft onvoldoende vergelijkbare resultaten opgeleverd, mede omdat de  gespecialiseerde wondcentra gemiddeld patiënten met meer complexe wonden behandelen.
Om toch te komen tot meer inzicht in de besparingen, is de kosten-baten-analyse methode gebruikt. Hierbij heeft men de kosten en besparingen van Mitralis en het Kenniscentrum Wondbehandeling berekend op basis van beschikbare gegevens en validatie door experts. Men komt met deze methode op een besparing van gemiddeld € 1.300,00 per patiënt.
De besparingen worden gerealiseerd omdat de zorg van andere instellingen wordt overgenomen en daardoor komt er een gemiddeld kortere  behandelduur en zijn er minder uitgaven aan thuiszorg en verbandmiddelen.

Modellen
In nauwe samenwerking met de Nza en de input van de leden van de werkgroep is onderzocht  op welke wijze prestaties en tarieven kunnen worden vastgesteld.

Daarvoor zijn drie modellen in het rapport benoemd:  
1. Verrichtingsmodel (bekostiging per consult wondverzorging, twee varianten)
Beide varianten hebben het voordeel  dat ze aansluiten op de kosten die voor een individuele patiënt worden gemaakt.

2. Trajectmodel (bekostiging van het gehele traject)
Voordeel van deze variant is dat er geen sprake is van een prikkel om consulten te maken of uren te maken.

3. Hybride model (combinatie van 1 en 2)
Met dit model is het mogelijk dat er een prikkel ontstaat om consulten te leveren, al is dat weer beperkter dan bij het verrichtingsmodel.
De verschillende modellen zijn beoordeeld door de experts en de voorkeur ging uit naar trajectbekostiging. Minste prikkels om zorg efficiënt en resultaatgericht in te richten. Wel moeten centra daar goed voor ingericht zijn..

Wat is de bedoeling?
De bedoeling is om de ‘prestatie complexe wondzorg’ te laten gelden voor alle wondcentra, die aan de gestelde voorwaarden voldoen, ongeacht de organisatievorm.
Het zelfstandig gespecialiseerde wondcentrum, of dat nu vastzit aan een ziekenhuis of een thuiszorgorganisatie. Is een wondcentrum verbonden aan een ziekenhuis dan wordt de medisch specialistische zorg uiteraard geregeld door DBC/DOT.

In het onderzoek is geen onderscheid gemaakt tussen de uitgaven die samenhangen met de wondzorg. Dat is  niet eenduidig in beeld te brengen met de ‘complexe wondzorg’.  Verzekerden met complexe wonden die regulier worden behandeld, blijken wel hogere zorguitgaven te hebben. Gemiddeld liggen deze zorgkosten op ca. € 16.500 Bij de twee Limburgse regio’s ligt dat volgens het rapport op € 9.500,00. Het verschil in kosten met de reguliere behandelde groep wordt vooral bepaald door gemiddelde hogere zorguitgaven voor medische specialistische zorg, hulpmiddelen en overige zorg.

Verbandmiddelen
Als er gebruik wordt gemaakt van verbandmiddelen worden deze in de reguliere zorg geleverd door apotheek, medisch speciaalzaken of het bedrijfsleven zelf. Mitralis heeft ook zijn eigen verbandmiddelen. Dat geldt niet voor het Kenniscentrum Wondbehandeling. Daar worden de verbandmiddelen  geleverd door verschillende leveranciers. Volgens het rapport is het zo dat  beide zorgaanbieders een op maat gesneden hoeveelheid verbandmiddelen aan de patiënten leveren. Men vindt ook dat verbandmiddelen onderdeel moeten uitmaken van de ‘prestatie complexe wondzorg’. Het vraagt wel om andere besluitvorming omdat wondzorg wordt uitgevoerd door verpleegkundigen/verzorgenden thuiszorg.

De bedoeling is dat deze per 1 juli 2014 de beleidsmaatregel wordt bekrachtigd door Raad van Bestuur van het NZa.  Op 12 september 2014 wordt door de NOVW een Wondzorgdebat gehouden over dit rapport.  Daar wordt uitgebreid ingegaan op het rapport en op de consequenties als er gebruik gemaakt gaat worden van ‘prestaties complexe wondzorg’

De vraag die overblijft is aan welke eisen de prestatie moet voldoen voor de zorgverzekeraars. Vooralsnog heeft het merendeel van de zorgverzekeraars nu al aangegeven geen meerwaarde te zien in de beleidsregel, ondanks het feit dat ze hebben meegewerkt aan het opstellen van het rapport. Overigens zegt dit niet, dat deze beleidsmaatregel de prullenbak in gaat. Wordt zeker vervolgd.