Weergaven: 3
Regelmatig bezoek ik congressen in binnen- en buitenland. Bij een van de stands kwam ik iemand tegen die ik al eens eerder had ontmoet.
Een knappe en bijzondere, intelligente vrouw.
Toen we druk in gesprek waren, kwam in de verte een opvallende dame aangelopen. Ze was, net zoals ik, heel kleurrijk gekleed, maar kon niet verbloemen dat haar typische figuur met bijbehorende stevige benen opvielen. Mijn eerste gedachte was: die ziet er leuk uit, en mijn tweede gedachte was dat deze dame wel eens lipoedeem zou kunnen hebben. De typische slanke taille, stevige billen en onderdanen, en haar manier van lopen ‘verrieden’ het syndroom. Zou ze dit weten?
Mijn gesprekspartner zag dat ik naar deze dame keek, staakte haar gesprek, en gaf hardop een mening: ‘Kijk toch daar, die mevrouw die daar aankomt. Jeetje, wat heeft zij nou aan en ze zou wel wat aan haar figuur mogen doen.’ Ik keek haar verbaasd aan. ‘Uh, pardon, hoe bedoel je?’ Ja, als ze wat minder gewicht zou hebben, zouden de kleren haar goed hebben gestaan, haar tuniek haar veel slanker hebben gemaakt, en dan zouden die benen niet zo opvallen. Ik was even uit het veld geslagen; en dat op een medisch congres.



Leave a Comment